
Het meest inspirerend zijn de discussies over deze ontwikkelingen: in hoeverre kunnen we voorzien of nieuwe of uitbreiding van bestaande activiteiten in het buitengebied van invloed zijn op de kwaliteit van het landschap.
Dat is een heel grote sprong voorwaarts, immers alle activiteiten worden afgemeten aan hun impact op dat landschap. Als ontwikkelingen niet sporen met de visie, moeten initiatiefnemers afzien van de ingreep of 'bloeden' als de impact minder ernstig wordt geacht. Dat betekent concreet geld storten in een landschapsfonds of aanvullende maatregelen uitvoeren die de landschappelijke inpassing of de verbetering van het landschap in het algemeen dienen. Dat is een methode die is ingegeven door het Limburgs Kwaliteismenu van de Provincie Limburg. Straks zal deze methodiek worden verankerd in het nieuwe bestemmingsplan buitengebied.
Interessant worden straks de bijeenkomsten met de raadsleden en de klanbordgroepleden. Zij bepalen uiteindelijk voor een groot deel waar het naartoe gaat in de discussie op onderdelen: bouwen in het buitengebied, uitbreiden van bedrijven, nevenactiviteiten van bestaande agrarische bedrijven, hergebruik van vrijkomdende agrarische bebouwing en, en, en. Voor mij is het leerzaam omdat ik een gevoel krijg over hoe er gedacht wordt over deze ontwikkelingen in de verschillende landschapstypen.
Allemaal zaken die spelen op het snijvlak van landschap en planologie. Een mooie kans om de oude stiel weer eens op te pakken.

0 reacties:
Een reactie plaatsen